SAMEN

Met hun sjaals nog om de nek – de jas van het meisje nog aan – gaat het stelletje zitten. Hoofden gebogen. Wit licht beschijnt hun voorhoofd en flikkert in hun ogen. Licht dat fel afsteekt tegen de warme gloed van het kaarsje op de met kerstversiering versierde tafel. Wat zouden ze zijn? Twintig? Samen kwamen ze het sfeervol verlichte grand café binnen en streken neer in de bruinleren zithoek. Na nog geen tien seconden kwamen de telefoons uit de jassen tevoorschijn.

Ik kijk naar haar blonde krullen, roerloos krullend over haar capuchon. Achter haar zie ik nog net de stekels van de jongen. Gezichten verzonken. Ze laten minuten verstrijken, zo schuin tegenover elkaar, met de ogen strak op hun scherm, ellebogen op tafel, vingers druk in de weer. Minstens een kwartier nu. Geen drankjes. Geen bestelling. Geroezemoes van de andere gasten dringt mijn oren binnen en de eerste klanken van All I Want For Christmas Is You vullen de ruimte. Dan mompelt de jongen iets in de ruimte, met zijn ogen nog altijd op zijn telefoon. De twee ritsen hun jas dicht, zonder een blik te wisselen. Ze staan op en begeven zich naar de uitgang, al turend naar het sociale leven in hun telefoons.

De deur gaat open en ik ril, een frisse windvlaag vangt mijn benen. Ik stop mijn linkeroortje weer in mijn oor en kijk weer op het scherm van mijn laptop. Een leeg Word-scherm met knipperende cursor lacht me toe.