IAN CLEMENT DANST GRAAG ROND DE MAZEN VAN HET NET

Ian_Clement_Paradiso_Amsterdam_groot

Voor Cutting Edge interviewde ik Ian Clement, vlak voor zijn optreden op 1 maart 2013 in Paradiso, Amsterdam.

Voor Ian Clement, zaian_clement_paradiso_amsterdam_1nger van Gentse stonerrockband Wallace Vanborn, is het tijd voor een nieuwe stap. Niet dat hij zijn band verlaat, maar deze muzikant wil met z’n solodebuut laten zien wat hij nog meer kan. Tot en met 10 maart staat Ian in het voorprogramma van Trixie Whitley en op achttien maart verschijnt zijn eerste soloplaat. Tijd voor een babbel.

Foto: Fotono Photography

CE: Ian, in Nederland kennen we jou vooral als zanger van je rockband Wallace Vanborn. Nu sta je als soloartiest op het podium, met een heel andere stijl. Vertel eens: wie is Ian Clement en wat doet hij?

‘Van mij kun je zeggen dat ik graag rond de mazen van het net dans: ik doe graag een beetje van alles. Dat heeft misschien tot gevolg dat het nogal moeilijk is mij of mijn stijl in een hokje te plaatsen. Oorspronkelijk ben ik met muziek maken begonnen om de zin van oerkracht, iets wat eruit moest. En ik wilde gewoon hard en luid muziek maken. Daar begon het dan ook mee: stonerrock, met de eerste twee platen van Wallace Vanborn.’

‘Tussendoor ben ik toen naar van alles en nog wat gaan luisteren, nieuwe werelden gaan ontdekken. Zo kreeg ik zin om allerlei nieuwe dingen te doen. Ik ben niet echt bezig met een idee hoe ik mezelf moet gaan voorstellen of hoe ik overkom, het idee van het aanbieden van een product zogezegd, maar eerder… Muziek is iets wat gedeeld wordt door iedereen, dat op elk moment weer anders is. Je kunt naar een plaat luisteren, maar als je dat nummer live hoort, is het een heel andere beleving. Zelf wil ik ook zo zijn, van alles een beetje en elke keer anders.’

CE: Dus geen vast genre voor jou?

‘Zeker niet. Met de nieuwe plaat die komt, duikt de term singer-songwriter al op, want ja, het beestje moet een naam hebben. Maar het gaat mij echt om het scheppen van sfeer en werelden en experiment. Deze plaat is wat intiemer en wat donkerder, maar de volgende plaat: weet ik veel? Ik zie wel waar ik dan zin in heb.’

CE: Had je ook gewoon zin om een solocarrière te starten?

‘Ja. Er kwamen al spontaan nummers, toen we vorig jaar met Wallace Vanborn in Mechelen in de studio zaten met de Canadese producer David Bottrill. En tussen de vocals door was ik ook al bezig met akoestische muziek. Mensen doen dat niet genoeg, afstand nemen van waar ze mee bezig zijn en eventjes een andere tak opzoeken. Je krijgt veel meer nuance in je werk, als je je soms afvraagt waar je op dat ene moment zin in hebt en het ook gaat doen.’

CE: Is het heel anders, niet met een band optreden, maar als solo act?

‘Jazeker. Tijdens deze tour danst het van een full band bezetting die vanavond mee is, naar het echt alleen spelen. Want dat doe ik ook en is een heel andere ervaring. Waar ik oorspronkelijk harde rock speel, met een hoekige, strakke manier van muziek maken, stap ik nu meer over naar het verhalende van muziek. En als je daarbij een hele band om je heen hebt, schep je samen gemakkelijker sfeer. Je duwt en trekt wat en beslist samen wat er gebeurt. Maar als je dat alleen doet… Het is echt een beetje face your fears, helemaal alleen die sfeer van je verhaal proberen op te wekken. Maar het is heel leerzaam. Ik merk, nu ik al vijf keer alleen heb gespeeld, dat het steeds beter gaat. Als ik de cadans en de dynamiek in mezelf goed voel, speelt het publiek daarop in en luistert stil en aandachtig.’

CE: Waarom heb je nu gekozen voor een wat warmer geluid?

‘Ik probeer mijn instinct zo goed mogelijk te volgen en er niet te veel over na te denken. Het idee te maken waar je hart ligt en te luisteren naar wat er uit jezelf komt. Als je een gitaar vastpakt, kun je daar ook op een heel andere manier op gaan spelen, hetzelfde geldt voor toetsen. Het leukste aan muziek vind ik, is jezelf een beetje duwen en jezelf ook uitdagen om iets nieuws te zoeken.’

CE: De vergelijking Jekyll en Hyde wordt veel gemaakt als je Wallace Vanborn en Ian Clement naast elkaar zet. Voel je jezelf ook zo?

‘Een soort split personality? Geen idee. Ik vind sowieso niet dat als je een bepaald genre speelt, dat je dan ook bent zoals dat genre. Ik hang bijvoorbeeld niet dagelijks aan de gasfles omdat ik in een stonerrockband speel. Daar heeft het niets mee te maken. Het gaat erom dat je puur je instinct volgt, ziet wat er uit komt en niet bang bent.’

CE: Achttien maart komt je solodebuutalbum ‘Drawing daggers’ uit. Zenuwachtig?

(resoluut) ‘Nee. Nee, want ik ben zelf heel tevreden over de plaat. De productie heeft ook echt het verhalende gekregen dat de nummers zelf hebben. Met Wallace Vanborn werkten we samen met de grote producer David Bottrill aan onze tweede plaat (‘Lions, liars, guns and God’, red.). Dat album is heel hifi, heel strak en upfront gemixt, vrij agressief. Voor ‘Drawing daggers’ is heel veel tijd genomen, zes maanden in de studio en een paar maanden mixen. Dat is heel lang, maar we hadden geen haast. En omdat de plaat er voor mij al lang is, is het nu een beetje herontdekken, maar dan live. Maar ik ken de nummers ondertussen door en door en ik ben niet bang. We zullen zien!’

CE: Vanwaar de titel ‘Drawing daggers’?

‘Sowieso: het slijpen van het zwaard, het trekken van het mes. Het nieuwe begin. Het eerste nummer op de plaat, ‘The explorer’, gaat over ontdekken, zoals eigenlijk het grote thema van het album is: de ontdekkingsreis… Van het muzikale leven.’

CE: De eerste single van het album, ‘Little knife’, kwam in december al uit. In februari konden we luisteren naar de tweede: ‘Interview’. Van ‘Interview’ is moeilijk te zeggen waar het nummer precies over gaat. Zit er een bepaalde boodschap in?

‘Ja en nee. ‘Interview’ gaat over de oude grijsaard die niet noodzakelijk het leven beu is, maar denkt te weten wat het leven te bieden heeft en daardoor eerder negatief naar het leven kijkt dan positief. ‘Ik heb alles al gezien, dus ik ben wel klaar.’ Maar dat blijkt dan toch weer anders te liggen. Hij denkt dat hij alles weet, maar eigenlijk weet ik het niet. Niemand weet het.’

CE: Wil je het liefst dat mensen je teksten direct begrijpen? Of juist niet?

‘Wat ik het mooiste vind, zowel tekstueel als visueel, zijn verhalen waar je zelf je eigen ervaringen in kunt zoeken. Daarmee wil ik niet zeggen dat alles goed is, omdat iedereen zijn eigen draai eraan kan geven, want er moet wel iets gezegd worden. Ik heb ook zin om echt iets te zeggen. Maar ik vind het mooi als mensen zelf een beetje gaan nadenken over wat ze erin terughoren of voelen. Want daar draait het om: wat jij erbij voelt. Ik wil gewoon muziek maken en als je zin hebt, mag je meegenieten.’

CE: Zijn je teksten autobiografisch?

‘Ja en nee. Sommige nummers zijn voor mij concreter dan andere. De manier waarop ik schrijf is voor mezelf soms ook moeilijk, omdat ik net als iedereen probeer te ontdekken wat ik bedoel. Sommige stukken tekst vallen voor mij pas later op hun plek, of veranderen voor mij ook. Dan vraag je je af: wat wilde ik hier nu eigenlijk zeggen? Veel dingen zijn dan inmiddels alweer veranderd.’

CE: Er werken heel wat grote namen mee aan ‘Drawing daggers’, onder wie Karel de Backer (Novastar) en Jon Birdsong (Beck). Zijn er nummers op het album die heel anders klinken dan de rest door zo’n samenwerking?

‘Nou, er zijn zo’n drie nummers waarop Lara Chedraoui van Intergalactic Lovers meezingt. Ik heb Lara leren kennen toen ik hun debuutplaat mixte. Ik mocht toen ook een nummer op hun album meezingen, wat heel tof was. En omdat ik vind dat Lara zo’n mooi, warm en zalvend stemgeluid heeft, wilde ik haar heel graag op mijn plaat hebben.’

CE: Is er ook een plek op het album voor je Wallace Vanborn bandleden?

‘Oorspronkelijk ben ik de studio in gedoken samen met Sylvester (Vanborn, red.), de drummer van Wallace Vanborn, maar al snel merkte ik dat de dynamiek waarmee wij speelden, dezelfde dynamiek was waarmee wij al jaren spelen. En dat ligt niet aan hem of mij, dat zit hem in de jarenlange ervaring die je samen hebt. Je speelt niet ineens anders dan altijd. Dus dat ging niet heel goed en dat is spijtig, maar om te werken aan wat ik dus meer wilde gaan doen, heb ik andere mensen gekozen.’

CE: Je bent nu aan het toeren als solo act, in maart, april en mei weer met WV. Hoe ga je dat doen wanneer in maart je album uitkomt?

‘Alles door elkaar. Ik denk dat ik solo ga spelen, solo met de bezetting van vanavond en dan dus met Wallace Vanborn optreed. Wordt lekker druk, maar ik ben er klaar voor. Heb toch niets beters te doen (lacht).’

CE: Wat nu als je solo zo succesvol wordt, dat al je tijd daaraan op gaat. Zou je ooit overwegen te stoppen met Wallace Vanborn?

‘Dat kan ik nu nog niet zeggen. Ik móet niets. Ik heb wel een manager, maar ik ben mijn eigen baas en heb controle over mijn projecten. Dus het is niet omdat iets ineens mainstream succes zou hebben, dat ik daarom minder zin zou hebben om mijn instinct te volgen. Want daar komt het echt op neer, daar ga ik niet van afwijken. Misschien dat het ooit gebeurt, maar momenteel heb ik heel veel zin om zoveel mogelijk gekke en nieuwe dingen te doen. De volgende plaat wordt ook weer iets heel anders.’

CE: Heb je al concrete plannen voor na de release van je album en je tour(s)? Weer schrijven?

‘Ik heb altijd plannen. Er zijn nog zo veel leuke samenwerkingen die ik wil aangaan. Ik heb bijvoorbeeld eens een nummer gemaakt met Torre Florim van De Staat, was heel tof. Zulke samenwerkingen en projecten vind ik altijd erg leuk om te doen. En wat schrijven betreft: ik heb altijd nummers af. Er is ook heel wat nieuw Wallace Vanborn materiaal. Ook weer met wat stappen in andere, nieuwe richtingen, dus… We blijven bezig. En het gaat goed, ik kan vooruit. Wereldfaam… Tja.’

Ian Clement is nog tot en met 10 maart te bekijken in het voorprogramma van Trixie Whitley. In maart, april en mei 2013 toert hij afwisselend met zijn solo-act en met rockband Wallace Vanborn, onder andere door Nederland, België en Duitsland.

http://www.facebook.com/ianclementofficial

Andrea De Jong
© Cutting Edge – 3 maart 2013